Tagarchief: stoppen

Soep te koop

‘Dus we stoppen met de soep?’ Ik keek hem (gisterenavond) aan, hij knikte.
‘Oke hand erop.’ Ik stak mijn hand uit. Kneep in zijn hand en we glimlachten.
‘Het geeft niet mijn lief, we komen er wel uit.’ ..en veel dingen meer dacht ik tijdens deze handdruk.

Daarna sprong ik op mijn fiets. Windstil was het in mijn hoofd. Was ik verdrietig? Nee. Verbaast wel, van de snelle beslissing. ‘Doet het niet ergens in je lijf pijn?’ Vroeg ik mezelf op de fiets af. Jawel, het is de pijn van afscheid nemen zoals je afscheid neemt van een dierbare. Ik voel die pijn ook als ik mijn matras bij het grofvuil zet of die stoel weggeef of de schoenen moet weggooien…Dag lief matras, dag stoel, dag schoenen zwaai ik dan, bedankt voor al die mooie uren..sentiment heet dat, overdreven gevoeligheid.

Wat doe je als je niet weet waar je het geld vandaan moet halen voor je plannen. Wat doe je als je maar geld in je plannen blijft stoppen en aan het eind van de streep niets overhoudt… Dan verkoop je de hele boel en dan ga je iets anders doen.

Een week geleden klaagde ik tegen mijn vriendin.
Want een dag eerder stond ik in een dik synthetisch poppenpak onder warme lampen voor een camera van een groot castingburo auditie te doen.
‘Wat doe je?’ Vroeg de mevrouw van de casting.
Ik begon met het opnoemen van wat ik allemaal gedaan had, waar ik gewerkt had en aan het eind vertelde ik..en nu doe ik de soep. Ze hoorde het niet eens, maar ik wel. In de tram terug naar huis realiseerde ik me wat dat betekende. Zou dat betekenen dat ik nu geen actrice meer was en dat ik nu een soepboer was? Daarover maakte ik me zorgen en in mijn achterhoofd hoorde ik een stem die de mijne niet was, die zei: als je je niet ontwikkeld in je vak dan kun je je ook geen actrice noemen. Daarover deed ik mijn beklag en mijn vriendin zei: ‘Je kan toch niet iets niet zijn? Je kan toch nu opeens géén actrice meer zijn?’
Ik ben een soepboer.
Ik ben een actrice.
Ik ben alles en niets. Ik ben boven en onder, ik ben links en rechts, ik ben zowel hier als daar. Dat is een raar gevoel maar niet verdrietig. Vannacht droomde ik van de soep. We zwommen in het water van de Oude Haven. De soepketel dreef. Ik had groenten in mijn armen en bij het zwemmen klotste het water in mijn gezicht. We waren soep aan het verkopen, er waren geen mensen. Ik schreeuwde over het water tegen Andreas: ‘We moeten harder zingen Andreas, we moeten harder zingen!’