Tagarchief: werk

Koffietafel vier

Vandaag vertelde ik aan de koffietafel dat de dollar aan het vallen is.

– ‘Och des te beter voor onze euro’

Ik opperde: ‘en Duitsland en..’

– *schouder ophalen / hoi hoi*

Ik verlang opeens sterk naar de veldkeuken.

Bron / lees meer: video.google.com

Koffietafel drie

KoffietafelDe koffiepauze van een half uur duurt het langst. Soms weet ik van gekkigheid niet wat ik moet doen of zeggen. De radio staat altijd aan. Als er bekende Nederlandse muziek klinkt en het refrein wordt ingezet, zou ik willen roepen ”En nu allemaaaaaal!” ”Gooi je handen in de lucht!” Ik zou mijn heupen laten wiegen en naar een aansteker grijpen. Vroeger dacht ik daar niet eens over na, ik riep dat gewoon. ”En nu allemaaaaaal!” En we zongen. Ieder uit volle borst, zonder blikken of blozen. Ik zweer je, in een goeie bui klom ik zo op mijn stoel. Een ander zou op de tafel gaan staan. Gisteren speelde een collega met haar koffielepeltje. Het was stil aan de tafel. Het lepeltje schoot tegen mijn schouder aan. ”He pas op hé?!” Waarschuwde ik haar en keek streng. De tafel moest lachen. Wat zou er gebeuren als ik dat riep bij een lied? Bedacht ik me gisteren. Ik zou door de tafel zakken, mijn been breken, tijden niet kunnen werken en ze zouden me gaan missen..moest grinniken.

Maar waarom zeg ik dit..?

Koffietafel twee

KoffietafelIk loop ’s ochtends om 07:10 uur door de gangen. Ik maak me op om naar de koffietafel te gaan. Goeiemorgen! Als ik dan eenmaal aan de koffietafel zit en mijn jas heb opgehangen, schort aangedaan, kopje gepakt, koffie ingeschonken, de koffiecreamer…We kijken allemaal naar het detail. De een naar zijn lepeltje, de ander naar de tafel, de een wrijft in zijn handen of kijkt langs zijn handen, begint een tekst op een verpakking te lezen. Er wordt heel aandachtig koffie gedronken. Als ik naar buiten kijk, kijken anderen soms met me mee naar buiten. Of we kijken elkaar even aan. Af en toe praten we wat. Hun plat Maastrichts. Ik versta geen Maastrichts. Schoonmaken kan ik goed. Ben jammer genoeg nog niet -écht- snel. Komt wel zeggen ze, als het eenmaal in mijn systeem zit…We lachen elke ochtend, dat zeker. Ben blij met mijn baan. Ik heb verantwoording en ik kan geconcentreerd werken. Toch, in de pauze, sta ik liever in de keuken. ”Is het in de keuken leuker?” Vroeg ze me lachend, toen ze me daar aantrof. Ik was blij met deze vraag :) Ik zou een verdomd goeie butler kunnen zijn…Stond in de keuken met de kok te praten over onze veldkeuken. Over soep, Frankrijk, NNF. In de oorlog in Bosnië had hij voor honderden soldaten gekookt, ook uit een veldkeuken. Hij weet er alles van. ”Kun je niet gauw een keer langs komen om te praten?” Vroeg ik. ”Ik moet terug naar de koffietafel..” Wij lachen. Hij komt langs.

Maar waarom zeg ik dit..?

Koffietafel

KoffietafelDe baan aan de lopende band heb ik opgezegd. Droomde ik..of was het werkelijk zo dat naar mate mijn tempo versnelde, het tempo van de lopende band ook versnelde? Ik was een goeie, dat weet ik, fanatiek. Een vrouw tegenover me, werkte zesentwintig jaar in de fabriek. Ze werkte letterlijk voor twee aan de band, was wonderlijk snel. Een feest om naar te kijken, mee te werken. Iedereen kon zien dat ze goed was. Voelde me door haar uitgedaagd. Ze keek niet op of om, schoof met de kipcorn, drie aan elke hand, laag op laag. Ik ook. Op vertrouwde wijze gooide ze uur na uur de kipcorn in de dozen. Ik ook. Ze was dubbel zo snel als ik. Ik ben vegetariër aan het worden, zij vast niet.

Nee, ben nu aan het schoonmaken. Snel maar rustig en zachtjes werken.
De eerste dag vond ik een wit bolletje kauwgom aan de leuning richting darmonderzoek. Een opzichtig plekje, moest lachen. Stopte het bolletje kauwgom in mijn schort…Hola! Mag niet! Gisteren een ontmoeting met een kever. Was aan het stofzuigen, televisie, vensterbank poetsen. Zag twee lieveheersbeestjes in een hoekje van het raam zitten. De doodde heb ik afgestoft en de levende kever laten zitten. Ontsla me maar. Ik ging verder met stofzuigen. Had nog redelijk tijd over. Wist dat zonder horloge op zak. Was lekker bezig. Zuig ik over een ander lieveheersbeestje! Zag hem liggen op het tapijt.

Vleugel van het schilletje open, voor en achter pootje leefde nog. Spartelend. Kreeg hem niet op mijn vinger. Haalde er een bierdopje bij, zette hem in het zonnetje. Weer uit het zonnetje, anders zou ie opdrogen. Stofzuiger uit. Stond een beestje te helpen bij een raamkozijn van een lege afdeling..ging opeens de deur open, of ik al klaar was? Nee. Had ze me gevraagd wat ik aan het doen was dan had ik haar verteld dat ik een beestje aan het redden was en dat ie het waarschijnlijk niet zou halen maar dat ie zo wel goed lag..zou me omdraaien, lachen, waarschijnlijk ook even denken “en nu opzouten stom lieveheersbeestje!”

Maar waarom zeg ik dit..?

Bitterbal

fiets de bitterballen route
(bitterbal icoon van de ‘bitterballenroute’)

Momenteel werk ik in een fabriek aan de lopende band. Al drie dagen sorteren en inpakken van gemaksvoedsel. Had me dit een jaar eerder vertelt, dan had ik je uitgelachen. Mijn hémel dit is hard werken! Verbaas me enorm over de hoeveelheid aardige mensen die ik hier tegen kom. Ze groeten lief en lachen,
ook al loop ik tien meter achter ze aan te slenteren, ze blijven staan om de deur voor me open te houden. Ik wens ze een fijne dag om zes uur ’s ochtends en succes. Stilzitten is er niet bij, zodra ik stil val zoek ik iets te werken.
Ik ga vooral niet denken dat ik het beter weet, doe het werk precies zoals mijn collega’s, door hun is daar allang over nagedacht. Of het nu bitterballen, loempia’s of kipcorn is, alles gaat in een razend tempo.
Je zou denken dat je na je duizendste loempia geen trek meer in loempia zal hebben, niets is minder waar, na mijn duizendste krijg ik zín in loempia!
De tweede dag brak het zweet me uit, godsammenokkus, de loempia’s kwamen met zo’n gruwelijke vaart uit die machine, dat ik over de band heen bulderde:
‘Doen jullie dit élke dág?? RESPECT!!’ Dat vonden ze leuk, ik zag het, we lachten. Door mijn oordoppen hoor ik behalve lawaai van machines en luide muziek (carnaval krakers) niets. Even de hal in kijken en zwaaien naar een collega moet ik niet doen want dat levert me een berg loempia’s op die daarna niet meer weg te werken is. Ik verzeker je, zelfs voor mijn gedachten heb ik geen tijd. Op een gegeven moment stond ik doosjes te vullen met een presentje, ik leek wel een paus die een hostie gaf, bij sommige doosjes mompelde ik: ‘zegen’. Denk je aan me als je de bitterballen in het frituurvet gooit? Ik heb hier namelijk met liefde aan gewerkt.